Beenlengteverschil

Wat is een beenlengteverschil?

Een beenlengteverschil is een afwijking waarbij het ene been iets korter of langer is dan het andere. Niemand is exact symmetrisch en bij praktisch iedereen is er wel een klein beenlengteverschil. Dit geeft echter lang niet altijd klachten. Wat in de praktijk opvalt is, dat hoe kleiner het beenlengteverschil is, hoe kleiner de kans op klachten. Echter, een paar millimeter verschil kan al voldoende zijn om voor veel klachten te zorgen.

Hoe ontstaat een beenlengteverschil?

Een beenlengteverschil ontstaat vaak vanuit de groei. Als een van de ouders een beenlengteverschil heeft, kan dit overgaan op een kind.

Andere oorzaken voor een beenlengteverschil zijn bijvoorbeeld een breuk in het boven- of onderbeen, het plaatsen van een knie-of heupprothese of een standsafwijking van een been. Wanneer er tijdens de groei een breuk ontstaat, kan dit het proces van de groei verstoren. Er kan dus een beenlengteverschil ontstaan.

Wanneer er een prothese geplaatst wordt, zien we vaak dat een been iets korter of langer wordt. Wanneer het verschil groter wordt, kan dit zeker klachten veroorzaken. Wanneer er bijvoorbeeld een behoorlijke scheefstand is van een of twee benen, kan er een compensatoir beenlengteverschil ontstaan.

Wat voor klachten kan ik krijgen van een beenlengteverschil?

Een van de meest voorkomende klachten in verband met een beenlengteverschil zijn klachten aan de onderrug. Door een langer of korter been ontstaat er namelijk een bekkenscheefstand. Dit kan gepaard gaan met een eventuele uitstraling naar een bil of een been. Dit hoeft dan helemaal geen hernia te zijn, maar kan veroorzaakt worden door een prikkeling van de zenuw op basis van een andere reden. We zien dan ook vaak onderrugklachten aan de zijde waar het been wat langer is.

Lees hier meer over bekkenscheefstand.

Omdat ons lichaam de basis van de wervelkolom redelijk in balans wil hebben staan, gaan we compenseren. Helaas kunnen deze compensaties op termijn veel klachten veroorzaken. Klachten aan één heup, één knie of één voet zonder duidelijke oorzaak, vinden we opvallend. Hielspoor- of fasciÏtis plantaris-klachten zien we vaak aan de zijde waar het been wat korter is. We staan en belasten meer op de kortere zijde, wat deze overbelastingklachten kan veroorzaken. Lees hier meer over hielspoor.

Kunnen inlegzolen helpen bij een beenlengteverschil?

Inlegzolen kunnen absoluut helpen bij een beenlengteverschil. Tijdens het onderzoek wordt er niet alleen naar de lengte van de benen gekeken, maar wordt de totale lichaamshouding onderzocht. Er wordt dus gekeken naar de stand van de voeten, enkels, knieën, heupen, bekken en de wervelkolom. Dit wordt gedaan om de compensaties van het lichaam goed te kunnen beoordelen. Wanneer er sprake is van een beenlengteverschil, kan dit gecompenseerd worden door onder het kortere been een kleine verhoging aan te brengen. Er komt dan een hakverhoging onder de inlegzool, maar in de schoen. Afhankelijk van de schoen is een verhoging tot circa 15 millimeter haalbaar. Tijdens het onderzoek 

wordt de totale lichaamshouding continu bekeken en onderzocht, en er wordt bekeken of het lichaam zichzelf weer gaat uitlijnen. Wanneer er sprake is van een beenlengteverschil, wordt dit verschil vaak in enkele stappen gecorrigeerd. Op die manier krijgt het lichaam rustig de tijd om zichzelf te gaan uitlijnen. Het lichaam is namelijk gewend aan een bepaalde stand en moet met beleid gecorrigeerd worden.